De titel lijkt
te insinueren dat er bloemen wachtten aan de aankomst, hier in Alma Aty, waar
we nu onze spreekwoordelijke tent hebben opgeslagen, en de laatste
voorbereidselen treffen om terug te keren naar huis, of beter naar thuis, bij
vrouw en kinderen, en bij minder avontuurlijke – zeg maar, minder zotte –
vrienden. Neen, er waren geen bloemen bij aankomst, maar wel een schitterend
hotel, aan een vlasrouterprijsje, gelukkig maar.

Vorige woensdag
zijn we uit Bishkek vertrokken zoals gepland, en zelfs op tijd, om negen uur.
De rit naar de grens met Kazakstan was kort. Bij aankomst aan die grens stond
er, voor het eerst, een file: niet van vrachtwagens maar van personenwagens. De
auto’s druppelden voorbij de bareel, die metronomisch werd bediend door een
ijverige, stug uitziende jonge grenswachter. De formaliteiten voor het
uitrijden van Kyrgizië waren simpel, zelfs voor auto en chauffeur. De
passagiers moesten allemaal uitstappen, en te voet de grens over. De
temperatuur was aangenaam, dus viel de wandeling wel mee.

Bij aankomst in
de Kazakstan zone, mochten we allen onze wagens, netjes naast mekaar, aan de
kant oplijnen, naast een Mechelse scheper, die later een drugssnuffelaar bleek
te zijn. Met uitzondering van de beambte die de paspoorten behandelde, sprak
niemand een woord Engels en alle formulieren waren uitsluitend in het Russisch
en Kazaks. We hadden er evenmin een idee van welke formulieren we moesten
invullen, noch in hoeveel exemplaren. Ik kreeg uitgelegd aan een grenswachter dat
onze vertaler)van dienst, Laurent, als passagier was overgestoken. Gelukkig
werd hij uitgenodigd om terug in de neutrale zone te komen, zoniet …?

De paperassenwinkel in dit deel van de wereld
blijft verbazing wekken. Ook diegenen die de lokale talen begrijpen, weten
veelal niet hoe de procedures in elkaar zitten. Nadat alles was ingevuld, is
het dan duwen om je plaats niet te verliezen aan het loket. In ons geval was er
slechts één loket open. Met de ervaring die we in het verleden hebben opgedaan,
vormden we een ‘pakje van zes’ rond het venstertje, zodat er niemand aan de
zijkanten door kon wringen. Voor een neutrale buitenstaander zal het erop geleken
hebben dat we een bezige bijenkolonie waren, die door één gaatje naar huis wou.

Op een dikke
twee uur waren we erdoor. Nu nog autoverzekering kopen! In de hoek van het
cafeetje, vlak aan de grens en de stoffige parkeerweide, verkocht een meneer
aan een tafeltje “verzekeringen”. Laurent had een prijs voor zes genegotieerd:
5600 KZT (Kazak Tenghe) per auto, dekking voor drie maand. Dat komt neer op
€34. De ganse administratieve winkel voor zes wagens kostte nog een uur tijd.
Zelf heb ik daar tussendoor wat Danone yoghurt gedronken, om mijn darmen, die
weeral in staking waren, wat milder te stemmen. (Achteraf bekeken, denk ik dat
de oorzaak daarvan een doos tonijn was, die te lang in de laadbak had gelegen,
in de zon, bij 50°C ).

De klok wees
bijna half drie aan toen we aanzetten voor Alma Aty, tweehonderd kilometer
verder. De weg ernaartoe zou degelijk zijn, hoewel zonder gescheiden, noch
dubbele rijvakken. Aanvankelijk waren er nogal wat dorpjes, met veel scholen en
snelheidsbeperkingen. Daarna mochten we negentig per uur over de doorgaans
vlakke steppe “vlammen”. Na een goed half uur werden we door een politieagent
naar de kant gewuifd.

Een mongools
type, in bruin uniform met een “Russische kepie”, breed gebouwd, stapte op mijn
venstertje toe. Voor zover ik wist, had ik niet te hard gereden. Wat hij zei
verstond ik niet, behalve het woord “farie”, wat “faren, koplampen” zou kunnen betekend
hebben. Ik haalde de schouders op. Laurent heeft altijd gezegd dat je beter helemaal
niks verstaat. Dan begon hij met duim en vingers van beide handen een beweging
te maken die met het dimmen van lampen te maken heeft. Papieren, uitstappen en
naar het kantoortje.

Zo zag ik dat
twee collega’s ook gepakt waren, Joris en Julie. In het bureau stond eenzelfde
typetje, wellicht met een ster meer, een beetje vettig te glimlachen. “Fari, fari!
Het daagde bij ons dat er in Kazakstan blijkbaar verwacht werd dat men met de
lichten aan rijdt! Joris begon in vlot Leuvens uit te leggen dat hij wel
verstond wat er mis was, maar dat we daarvan helemaal niet op de hoogte waren,
bij het binnenrijden van het land.

De agent bleef
lachen en haalde een vijftal aan mekaar geniete bladeren uit zijn schuif.
Daarop stonden vele kolommen met nummers, beschrijvingen en getallen. Na wat
irrationele interpretatie van zijn uitleg, leek het erop dat het een lijst met
verkeersregels en boetes was. Achter onze overtreding stond het getal 8655. Dat
zou betekenen veertig euro. Ik kreeg de indruk dat de heren wat onder tafel
wilden verdienen. Na al de landen te hebben doorgereisd waar corruptie, volgens
de reisgidsen, schering en inslag was, en waarvan we niets hadden gemerkt! –
komen we nu in het voorspoedige, goed georganiseerde Kazakstan om … corruptie
te vinden?

“Allé jong, da
godde toch nie vraoge, da kan nie, we wiste da toch nie”. Joris begon met luide
stem te jeremiëren, armen en benen in alle richtingen zwaaiend. De niet
onvriendelijke meneer keek wat verbaasd. Na enkele pirouettes, steekt Joris
lachend zijn hand uit en zegt “komaan, vergeet het, we wisten het niet, laat
ons gaan”. De politieman gaf Joris de hand, en lachte breed. Daarna gaf hij mij
de hand en Julie, en we zeiden in koor “Spasiba” (dank u) en vertrokken. Toen
ik weer in de auto stapte waren mijn compagnons juist wakker geworden…

De rest van de
rit was gebeurtenisloos, al was het maar omdat de steppe eindeloos hetzelfde
is. We arriveerden aan de rand van Alma Aty juist op tijd voor het spitsuur. Volgens
het “roadbook” lag ons hotel aan de andere kant van de stad. Ook met de hulp
van onze gps nam de doorsteek meer dan een uur in beslag. Toen we de oprit van
de “Royal Tulip” opdraaiden was ook dat ellendig stukje stadsfile vergeten. We
werden onthaald door een groepje Vlamingen die op bezoek waren bij een lokale
universiteit. Een vijfsterren hotel, na een vijfsterren reis betekende een
welkome verademing.

’s Avonds
werden we uitgenodigd door een groepje Kazakse zakenmensen, waaronder de
directeur/eigenaar van het hotel. Op de bovenste verdieping werd ons een
prachtig diner aangeboden, met schitterende plats en verse lekkernijen. Ik
besloot om, voor deze keer, mijn buikloop te vergeten. Eindelijk lekkere rauwe
groenten! Eindelijk witte en rode wijn! Eindelijk vis! Eindelijk datgen … wat
we meer dan vier weken hadden ontbeerd, en wat we thuis als doodnormaal
beschouwen. En naar Kazakse traditie bracht iedereen aan tafel een toast uit.
Het feest heeft geduurd van zeven tot half twaalf, en we hebben gesmuld en
gedronken dat het een lust was, zoals tieners die thuis komen van een zwaar
bergkamp!

Als afsluiter
werden we donderdag uitgenodigd voor een rit naar de bergen. De eerste stop was
de beroemde ijsring van Alma Aty waar in de jaren zeventig en tachtig talloze
wereldrecords werden geschaatst. Op 1600 meter hoog gelegen, in de ijlere lucht,
in een windstille vallei was het lange tijd het beste ijsstadium in de wereld.
Daarna klommen we verder naar het wintersportcentrum, aan de voet van
vijfduizend meter hoge bergen. Zeshonderd meter hoger hielden we halt in het skistation.
De temperatuur was fris (15°), de lucht was heerlijk vol, de hemel blauw en de
bergen majestueus. Het was een aangename plek om op adem te komen.

Daarmee zijn de
negen duizend kilometer vol gemaakt. Iedereen is vermoeid en aan wat rust toe.
De meesten – misschien iedereen, kijken ernaar uit om thuis te zijn, ik ook.

Alma Aty,
Kazakstan, 21 juni 2013